De Europese Unie beweegt zich snel. Snel genoeg om de lidstaten in het stof te laten struikelen.
Jarenlang ging de klacht over snelheid. Het wetgevingsverloop in de EU is meedogenloos en overtreft vaak het vermogen van de nationale hoofdsteden om dit te verwerken. Nu wordt de kloof groter en gaat het om iets structurelers. Het gaat niet langer alleen om wie de snelste memo schrijft. Het gaat erom wie de lichamen op de grond heeft en de technologie in de cloud.
Brussel experimenteert met AI-tools om de werkdruk te beheersen. Het is aanwerven. Het is aan het integreren. Veel hoofdsteden proberen nog steeds uit te vinden hoe ze een e-mail moeten verzenden, laat staan machine learning inzetten voor beleidsanalyse.
En niemand heeft het er echt over.
We debatteren over vetorechten. We discussiëren over institutionele hervormingen. We vragen ons zelden af of individuele lidstaten wel in staat zijn gelijke tred te houden. Of als ze hun nationale standpunten effectief kunnen weerspiegelen wanneer de EU zich met lichte snelheid beweegt.
De Commissie overweegt zelfs haar eigen functionarissen in de hoofdsteden van de lidstaten in te zetten om de invloed te vergroten. Ondertussen slagen diezelfde lidstaten er niet in om hun eigen Permanente Vertegenwoordigingen (PermReps) in Brussel voldoende te bemannen.
Het is een verlies-verlies.
Het tekort aan mankracht in de EU-vertegenwoordiging
Grootte is natuurlijk niet alles. Kleine landen kunnen boven hun gewicht uitstijgen. Estland heeft dit decennialang gedaan. Maar ‘klein en wendbaar’ werkt alleen als het systeem ook daadwerkelijk functioneert.
Voor de meeste kleinere of Oost-Europese lidstaten is de huidige aanpak achterhaald. Gebroken, echt.
De problemen zijn alledaags maar fataal:
– Een chronisch gebrek aan mankracht.
– Een onvermogen om toptalent op het gebied van EU-beleid aan te nemen of te behouden.
– Slechte coördinatie tussen PermReps in Brussel en de ministeries van Binnenlandse Zaken.
– Geen horizontale benadering van het EU-beleid op ministerieel niveau.
Als er bezuinigingen plaatsvinden, daalt het personeelsbestand. Als het personeelsbestand daalt, kan technologie de leegte niet opvullen. Het benadrukt alleen maar de afwezigheid.
Hierdoor treden veel landen op als waarnemers. Reactoren. Ze kijken hoe de trein voorbijrijdt en schrijven vervolgens een brief met de vraag waarom hen niet is verteld dat deze eraan komt.
Proactief zijn is onmogelijk als u onderbezet bent.
Nu de interne markt zich ontwikkelt in de richting van een pragmatische federatie, stijgen de kosten van passiviteit. Kleinere staten moeten naar de beste praktijken kijken. Niet alleen van grotere buren, maar ook van de EU-instellingen zelf. Verbeter de vertegenwoordiging. Ga serieus aan de slag met technologie. Of je wordt steeds verder platgewalst.
Wat de personeelsgegevens van 2019 onthullen
Wat staat hier eigenlijk op het spel?
Vertegenwoordigers van de nationale regering zijn lid van ongeveer 140 werkgroepen en commissies in Brussel. Deze instanties beslissen over regelgeving die van invloed is op alles, van digitale netwerken tot landbouwsubsidies. Als u niet in de kamer bent, of als de persoon die u stuurt, verdrinkt in de bestanden, is de stem van uw land een gefluister in een orkaan.
De gegevens uit 2019 schetsen een somber beeld. Een rapport van de Deense denktank Europa volgde de PermRep-groottes.
De hiërarchie was duidelijk:
- De leiders: Westerse machten als Duitsland, Frankrijk, België en Oostenrijk hadden 150 tot 200 werknemers in dienst.
- Het middenpakket: Roemenië, Groot-Brittannië, Italië, Spanje en andere landen hadden 103-147 personeelsleden.
- De Trailing Group: Meestal kleinere of Oost-Europese landen. Litouwen, Portugal, Hongarije, Kroatië en andere landen werkten met slechts 69-89 werknemers.
Die laatste groep had twee tot drie keer minder personeel dan hun westerse tegenhangers.
Is maat gelijk aan kwaliteit? Niet altijd. Maar het staat gelijk aan capaciteit.
Wanneer deze kleinere landen het voorzitterschap van de EU-Raad op zich nemen, is de spanning zichtbaar. Het inhuren van externe hulp is moeilijk. Het kernteam is overbelast. Beslissingen worden overhaast genomen. De kwaliteit lijdt.
Zwakke ecosystemen en stille belanghebbenden
Beleid bestaat niet in een vacuüm. In een functionerende democratie beïnvloeden kiezers de agenda’s via branchegroepen, NGO’s, experts en de media.
In veel EU-lidstaten is dit ecosysteem dun. Zwak.
Er bestaat vaak geen verbinding tussen het EU-beleid en lokale belanghebbenden. Beleidsmakers krijgen geen tijdige feedback. Geen opbouwende kritiek. Ze worden gedwongen om beslissingen te nemen op basis van een interne dialoog of gesprekken met een handvol lobbyisten met goede connecties.
Dit is waar kleinere staten het meest onder lijden.
Hun industrieën zijn kleiner. Handelsgroepen moeten optreden als ‘grote tenten’ om te overleven, waardoor hun vermogen om zich te specialiseren wordt beperkt. De mediasector beschikt niet over de middelen om EU-aangelegenheden contextueel te behandelen.
Het resultaat? Slecht publiek debat.
Discussies over EU-wetgeving beginnen meestal tijdens de omzettingsfase. Dit is het moment waarop de wet al geschreven is en er slechts kleine aanpassingen mogelijk zijn. Tegen die tijd is het schip vertrokken.
Het debat blijft oppervlakkig. Gevangen tussen glanzende EU-persberichten en defaitistisch, cynisch lokaal commentaar.
Waarom wachten we tot de wet klaar is om erover te discussiëren?
Het is een systeemfout. Het gebrek aan filantropie van de Europese particuliere sector jegens NGO’s en de zwakke ecosysteemgestuurde benadering van brancheverenigingen verergeren dit. Maar kleinere leden voelen het het moeilijkst.
Het transparante overlegmodel van Ierland
De EU heeft zijn gebreken, ja. Het ‘Have Your Say’-platform wordt bekritiseerd omdat het opgeblazen is. Maar het is inclusief. Transparant.
De lidstaten zouden dit moeten kopiëren.
Ierland heeft het al gedaan.
Het Ierse systeem nodigt belanghebbenden uit om hun standpunten over de prioriteiten van het EU-voorzitterschap te delen. Het opent feedbackkanalen over specifieke wetgevingsdossiers, zoals de recente Digitale Netwerkwet. Het is geopend. Het is transparant.
Sommige bureaucraten zijn hier bang voor. Ze zijn bang voor uiteenlopende meningen. Chaos. Te veel lawaai.
Maar de oude methoden – besloten rondetafelgesprekken, ad-hocbijeenkomsten met vrienden – zijn niet langer effectief. Ze kweken argwaan, geen beleid.
Het creëren van kaders waar alle geïnteresseerde partijen hun mening kunnen uiten, hoe gepolariseerd ook, schept vertrouwen. Het vergroot de verantwoordelijkheid. Het stimuleert betrokkenheid.
Het dwingt beleidsmakers om te luisteren.
AI als gelijkmaker voor EU-aangelegenheden
Dus, hoe kunnen we dit oplossen zonder de bank kapot te maken?
Het argument tegen het aannemen van meer mensen is sterk in landen met een sober bestedingspatroon. ‘De bureaucratie is te groot’, zeggen ze.
Maar EU-aangelegenheden zijn geen kostenpost. Het is een strategische noodzaak. De EU is op weg naar geharmoniseerde regels. Minder richtlijnen. Minder flexibiliteit voor lokale nuance. Als je niet in participatie investeert, verlies je automatisch de soevereiniteit.
De enorme omvang van de EU-wetgeving vergt investeringen. Gegevens alleen al zouden de ministeries van Financiën hiervan moeten overtuigen.
Maar geld naar het personeel gooien is niet het wondermiddel.
We hebben technologie nodig.
Slechte horizontale coördinatie? Los het op met gedeelde digitale platforms. Verlies van institutioneel geheugen? Los het op met AI-gestuurde kennisbanken. Tijdsbeperkingen? Automatiseer het opstellen.
De Commissie dringt hier al op aan. In de recente mededeling over betere regelgeving wordt voorgesteld nieuwe IT-instrumenten te introduceren. De Commissie wil AI-ready worden.
Estland doet het al. De overheid geeft prioriteit aan AI in de publieke sector op het hoogste politieke niveau.
Als AI tijd bespaart en de productiviteit van particuliere technologiebedrijven verhoogt, waarom dan niet in Brussel? Of in Riga? Of in Dublin?
Het bouwen van deze tools dwingt tot een heroverweging. Het vereist het verzamelen van relevante gegevens. Administratieve structuren in kaart brengen. Het zet landen ertoe aan hun modus operandi te moderniseren.
De technologie is er. De bedoeling is er, in sommige hoofdletters.
Maar in te veel gevallen blijven de oude manieren bestaan. De telefoon gaat. Het papier stapelt zich op. De trein vertrekt.
En er is niemand op het perron.






























